De eerste periode na de operatie!

Gepubliceerd op 9 november 2025 om 11:19

Na de operatie: leren leven in een nieuw tempo

De operatie lag achter me. Iets waar ik zo lang naartoe had geleefd, waar ik me op had voorbereid, waar ik hoop en spanning tegelijk bij voelde. En toen was het ineens voorbij. Geen aftelkalender meer, geen “straks”, maar nu. Nu begon het echte werk pas. 

In de ochtend werd ik geopereerd en nog voor tienen lag ik alweer op de uitslaapkamer. Het voelde allemaal bijna onwerkelijk hoe snel het ging. Niet veel later werd ik doorgeschoven naar de verpleegafdeling, waar het echte “bijkomen” begon.

Toen ik daar aankwam en vanuit de stoel – ja, echt een stoel, want daarin word je geopereerd – voorzichtig richting mijn bed liep, gebeurde er iets heel praktisch: ik moest ineens zó nodig plassen. De verpleegkundigen keken me licht verbaasd aan, maar gelukkig mocht het. Eerste overwinning: lopen én plassen. Check.

Die dag liep ik verrassend veel, maar sliep ik minstens net zo veel. Bezoek kwam en ging, al hadden mijn man en vader eerlijk gezegd niet heel veel aan mij. In plaats daarvan haalden ze een balletje gehakt en vertelden daar met zichtbaar enthousiasme over aan mijn bed. Het grappige? Het deed me helemaal niets. Geen jaloezie, geen trek, niks.

Om 19.30 uur mocht ik alweer naar huis. Ontslagen uit het ziekenhuis, en dat voelde als een cadeautje. Die nacht thuis slapen wilde ik zó graag – en dat lukte. ‘Gelukkig’, tussen aanhalingstekens, maar precies goed voor dat moment.

De eerste dagen na de operatie leefde ik in een soort waas. Mijn lichaam was moe en duidelijk van slag. Pijn had ik gelukkig niet echt. Maar alles ging langzamer. Bewegen, drinken, zelfs ademhalen voelde bewuster dan ooit. Mijn lijf moest herstellen, maar ook mijn hoofd moest wennen aan wat er was gebeurd. Want hoe bereid je je voor op een lichaam dat ineens andere grenzen heeft?

Eten – of beter gezegd: niet kunnen eten zoals vroeger was misschien wel de grootste verandering. Waar eten ooit vanzelfsprekend was, werd het nu iets waar ik elke stap bij moest voelen. Kleine slokjes. Kleine hapjes, eerst vloeibaar opbouwen. En vooral: luisteren, luisteren naar mijn lichaam. Te snel ging niet meer. Te veel ook niet. Mijn lichaam gaf duidelijke signalen, en die kon ik niet negeren. Dat was nieuw. En eerlijk? Soms ook frustrerend.

Maar tussen de ongemakken door merkte ik ook iets anders. Een soort rust.
Ik hoefde niet meer te vechten tegen mezelf. Niet tegen honger, want trek in eten dat had ik ECHT niet meer, ook geen hongergevoel, helemaal niks en dat is ook gek. Niet tegen schuldgevoelens na het eten. Mijn lichaam en ik waren opnieuw kennis aan het maken, en voor het eerst voelde het alsof we in hetzelfde team zaten.

Emotioneel was deze periode. Opluchting dat de operatie goed was gegaan. Trots dat ik deze stap had durven zetten. Maar ook verdriet om wat ik achterliet. Want ja, ook al weet je waarom je dit doet, afscheid nemen van oude gewoontes en soms oude troost – doet pijn. Dat mag. Dat moet misschien zelfs.

Langzaam kwam er ruimte voor vooruitkijken. Kleine overwinningen werden groot: een wandeling die net iets verder ging dan de dag ervoor, kleding die losser begon te zitten, meer energie in de ochtend. Geen snelle euforie, maar stille bevestigingen dat ik op de juiste weg was. Ik weet het nog goed het opbouwen naar vast voedsel, mijn eerste zacht gekookte eitje. Ik voelde me een kind in de snoepwinkel!

Deze periode na de operatie heeft me geleerd dat herstel niet alleen lichamelijk is. Het is mentaal, emotioneel, en soms confronterend maar ook krachtig. Ik leer elke dag opnieuw dat zachtheid voor mezelf geen zwakte is, maar noodzaak. Dat ik niet hoef te haasten. Dat dit geen sprint is, maar een lange, waardevolle reis.

En ik ben pas net begonnen.

 

Kerst 2024

Terwijl de feestdagen steeds dichterbij kwamen, begon voor mij juist een heel andere opbouw. Waar anderen zich bezighielden met boodschappenlijstjes, menu’s en gourmetstellen, was ik vooral bezig met de overgang naar vast voedsel. Kleine stapjes, hapje voor hapje.

Kerst zag er dit jaar dan ook nét even anders uit. Geen sausjes, geen gekruide stukjes vlees en geen overvolle bordjes. Voor mij had mijn moeder een stukje kip zonder kruiden apart gehouden voor op de gourmet. Dat was het. En weet je? Dat was oké. Mijn focus lag niet op wat ik miste, maar op wat ik wél kon. Ik was erbij, het was gezellig!

Terwijl om me heen de geurtjes van kerst zich verspreidden en iedereen enthousiast aan het bakken en braden was, zat ik daar met mijn eenvoudige stukje kip. Geen gemis, geen frustratie. Alleen bewust eten, rustig kauwen en vooral luisteren naar mijn lichaam. Dit was mijn nieuwe begin, zelfs tijdens kerst.

Tweede kerstdag leerde ik meteen een belangrijke les. Een klein stukje lahmacun – écht klein – leek onschuldig, maar mijn lichaam dacht daar anders over. De 1 vastloper zorgde voor een sprint naar de wc. Daarna even stilstaan, even voelen, even ademhalen. Een duidelijke reminder dat opbouwen geen sprint is en dat mijn nieuwe lijf zijn eigen tempo bepaalt. 

Dat ging op en af, met hoogte- en diepte punten.

 

Januari & februari 2025: terug in het ritme

Na de feestdagen begon januari. Geen grootse goede voornemens of harde doelen, maar vooral één wens: weer een beetje terug in het ritme komen. Mijn lichaam was nog volop aan het herstellen en vroeg om geduld. En dat geduld moest ik mezelf elke dag opnieuw toestaan.

Het opbouwen van mijn werkritme ging stap voor stap. Halve dagen werden hele ochtenden, ochtenden werden langzaam weer werkdagen. Ik merkte hoe anders mijn energie was dan voorheen. Waar ik vroeger vaak doorging, moest ik nu luisteren. Pauzes nemen. Zitten. Soms zelfs toegeven dat het genoeg was voor die dag. Dat voelde eerst onwennig, maar werd gaandeweg ook rustgevend.

Naast werk was ik ook bezig met het opbouwen van vast voedsel. Geen vanzelfsprekendheid, geen “even snel iets eten”. Elk hapje vroeg aandacht. Goed kauwen, langzaam eten en vooral voelen wat mijn lichaam aangaf. Soms ging dat verrassend goed, soms liep ik tegen grenzen aan. Een vastloper hier en daar herinnerde me eraan dat mijn lichaam nog steeds aan het leren was.

Januari en februari stonden niet in het teken van spektakel, maar van stabiliteit. Van wennen aan mijn nieuwe lijf en aan een nieuw dagelijks ritme. Het waren maanden van kleine stappen die misschien van buitenaf onzichtbaar waren, maar voor mij groots voelden.

Ik was aan het opbouwen. Niet alleen werk en eten, maar ook vertrouwen. Vertrouwen in mijn lichaam, in het proces en in mezelf. En dat voelde als vooruitgang, precies op het juiste tempo.

Mijn lichaam veranderde, mijn blik nog niet. Het bewijs zat hem in de foto!